NL

Bentley Geschiedenis

De geschiedenis van Bentley Motors Ltd 1919/ Bentley Motors Ltd 1931

WO Bentley standing betweenhis two cars
BEGIN/SCHOOLTIJD 1888-1910
Walter Owen Bentley werd op 16 september 1888 als jongste zoon uit een gezin van 9 kinderen geboren.
Op zijn zestiende ging Walter Owen als leerling ingenieur aan het werk bij de Great Northern Railways in de fabriek in Doncaster.

GNR_251_Large_Boilered_Atlantic 


ENTREE IN DE AUTOMOBIEL INDUSTRIE 1912-1914
In 1912 vergezelde hij zijn oudere broer Horace Millner Bentley ( 1885-1967) in een bedrijf genaamd “Bentley and Bentley”, die Franse Doriot, Fladrin & Parant (DFP) auto's verkocht.
Het ging hierbij om 10-12 Hp, 12-15 Hp en 16-20 Hp modellen.
De 10-12 Hp en 16-20 Hp werden niet in Engeland aangeboden.
In het 12-15 Hp model zag Walter Owen echter wel potentie.
Op zijn eerste uitstapje verbrak hij het 2 liter klasse record op de Aston Clinton Hill in Buckinghamshere.
Boven de 130 km/h had de DFP een zwak punt: De zuigers.
In 1913 tijdens een bezoek aan de DFP fabriek in Carbevoie, bij Parijs zag Walter Owen op het bureau van meneer M. Doriot een paperweight in de vorm van een aluminium miniatuur zuiger.
Op Brooklands was de DFP racer met aluminium zuigers sneller dan concurrenten met een twee maal zo groot slagvolume. De 12-40 Hp DFP gooide dan ook hoge ogen tijdens de 1914 Isle of Man Tourist Trophy. Bentley finishte als eerste


ROTARY ENGINES 1914-1918

Acht weken na de winst op the Isle of Man brak de Eerste Wereldoorlog uit.
Bentley kwam uit bij Gwynne of Chiswich, die in licentie Franse Clerget roterende stermotoren bouwde.
Walter Owen vond de Clerget niet het beste ontwerp.
Samen met F.T. Burgess ontwierp Bentley een negen cilinder roterende motor de BR1 welke aan het eind van 1916 klaar was voor productie. In het voorjaar van 1918 kwam er een grotere variant de BR2, welke o.a. in de Sopwith Snipe is gebruikt.

Humber_Ltd._(Bentley)_B._R._2


EEN EIGEN AUTO EIND 1918 BEGIN 1919
Bentley en Brugess hadden een paar ruwe schetsen voor een eigen auto.
Op 18 januari 1919 werd Bentley Motors Ltd opgericht en in augustus 1919 geregistreerd als Bentley Motors Ltd.
Het eerste exemplaar werd in 1921 verkocht aan Noël van Raalte.
Goedkoop waren de Bentley's niet. Een 1923 chassis koste £895,- ( standaard lang chassis) wat drie maal zoveel was al een vergelijkbare 16 Hp auto.

Bentley 1919


DE RACERIJ EN LE MANS 1922- 1930 2001-2003

Het eerste grote evenement waar de 3 Ltr Bentley werd getoond was tijdens de Indianapolis 500 Miles Race van 1922. Ze eindigde als dertiende met een gemiddelde van 74,95 Mph.
Een paar weken later in de stromende regen tijdens de Isle of Man Tourist Trophy werd Frank Clemet tweede achter Jean Chasagies Sunbeam, Walter Owen werd vierde en Doughlas Hawks werd vijfde. Wel werd er de Team prijs gewonnen.
John Duff reed op 28 september 1922 mee op Brooklands, waar hij het Classe Record neerzette door 1000 mijl te rijden met een gemiddelde van 88 Mph .
In de Le Mans race van 1923 werd John Duff samen met Frank Clement vierde wegens een lekke brandstoftank die doorboord werd door een rondvliegende steen.
In de Le Mans race van 1924 Finishte John Duff als eerst.
In 1925 en 1926 werd er niet gefinisht.
De nieuwe 6,5 Ltr was officieel als 4,5 Ltr gepland Maar door een ontmoeting met het prototype van de Rolls- Royce 40/50Hp New Phantom, op Frans grondgebied, leidde dit tot het besluit om de motor te vergroten naar 6,5 Ltr.

Rétromobile_2017_-_Bentley_speed_six_-_1930_-_001


BENTLEY BOYS

Captain Woolf Barnato, Sir Henry “Tim”Berkin, Steeple chaser George Duller, Piloot Glen Kidson, Automobiel journalist S.C.H.”Sammy” Davis en Dudley Benjafield.
Alis “The Bentley Boys”
Zij waren het die Bentley's reputatie van High performance levend hielden en zorgden voor de zeges op Le Mans van 1927, 1928, 1929 en 1930

1927-Bentley-boys

In de Le Mans editie van 1927 was er vijfenhalf uur na de start in White House Corner een kettingbotsing met de twee andere fabrieksauto's (beide 3 Ltr's) en twee Franse auto's. Sammy Davis en Dudley Benjafield versloegen de gebroken Franse teams met de enige 3 Ltr die nog in de race was, weleenswaar zwaar beschadigd, maar hij bewees dat de oude 3 Ltr nog steeds competitief was.

In 1928 vielen twee van de drie 4,5Ltr's uit door chassis problemen. Clement was uitgevallen en Tim Berkin was eerder in de race gecrasht en had daardoor een te grote tijdsachterstand op Woolf Barnato opgelopen.
Barnato's winnende auto kwam ook niet geheel ongeschonden uit de strijd. Hij finishte als eerste maar wel met een gebroken frame en een radiateur die droog stond.

Het beste jaar was 1929. De 6,5 Ltr was nu inzetbaar als “sportieve” Speed Six waarmee het fabrieksteam het beste succes ooit behaalde. Een 1,2,3,4 overwinning met Barnato's Speed Six als eerste.

LM100_BentleySpeedSix_1929

In 1930 won Barnato (met hulp van de beroemde "4.5 liter Blower Bentleys") met zijn Speed Six door op een spectaculaire manier Rudi Caracciola in zijn Mercedes te verslaan. Dit was de laatste overwinning voor het fabrieksteam op Le Mans, waarna Bentley stopte met racen.

1929_Bentley_front_34_right Video Birkin Blower op Lemans

In 2001 keert Bentley na een afwezigheid van 73 jaar weer terug in de racerij. Met de EXP Speed 8 (een op basis van de eerder succesvolle Audi R8) debuteert het merk in 2001 tijdens de 24 uur van Le Mans. In 2003 is er voor de Bentley Speed 8 een overwinning in de LMP1 race classe.

spa_classic_peterauto_2024_freitag_EXP SPeed 8

DSCN9293

BLUE TRAIN RACES 1930

Gedurende de Blue Train races van 1930 zette Barnato de boel op stelten door voor het eerst met een Rover Light Six tegen “Le Train Blue” te racen van Cannes via Calais/Dover naar Londen en dan sneller te zijn dan de trein.
Om het record te verbreken met zijn Speed Six sloot Barnato een weddenschap af van £100,-
Weer reed hij tegen de trein van Cannes via Calais dan met de veerboot over naar Dover om in Londen te eindigen en te winnen. Dit geheel over de openbare weg.
De race tegen de Blue Train deed Barnato met zijn H.J.Mulliner bodied saloon. Twee maanden na de race op 21 mei 1930 ontving hij zijn nieuw aangeschafte Speed Six met gestroomlijnde fastback “Sportsman Coupé” gebouwd door Gurney Nutting.
Beide auto's staan bekend als “Blue Train Bentley's).

blue-train-race-1581092424 (2)
Een schilderij van Terence Curcea laat de Gurney Nutting coupé racend zien op een weg die parallel aan de spoorlijn loopt met de Blue Train.
Dit beeld is echter gevisualiseerd omdat blijkt dat de weg en spoorbaan in werkelijkheid niet dezelfde route volgen!


FAILLISSEMENT 11 JULI 1931

De 8 Ltr die de opvolger van de 6,5 Ltr was kwam eind 1930 op de markt en was misschien wel Bentley's meest succesvolle model. Helaas kwam de auto te laat.
De 4 Ltr die als overbrugging werd geïntroduceerd en als tegenhanger van de Rolls-Royce 20/25 Hp flopte waardoor een groot gedeelte van het geïnvesteerde kapitaal in rook opging.

1930 8 litr
De Beurscrash op Wallstreet in 1928 zorgde voor een financiële crisis waardoor de verkopen van de 6,5 en de 8 Ltr terug liepen
In juli 1931 konden twee hypotheek bedragen door zowel de zaak als door Barnato niet worden betaald. Op 10 juli werd er een waarborger aangesteld. Op 11 juli 1931 viel het doek voor Bentley en moest er gezocht worden naar een opkoper voor de firma.
Napier deed een bod om Bentley over te nemen, alleen had The Britisch Central Equitable Trust een hoger eindbod van £125.000,-
Later bleek dat het om Rolls-Royce ging, wat Bentley niet wist, tot dat de deal compleet was.

In totaal zijn er 3051 Bentley's in Cricklewood gebouwd. Er zijn er na 1931 nog tien samengesteld uit oude voorraadonderdelen.


ROLLS-ROYCE 1931-1970

DERBY 1931-1940


Rolls- Royce werd dus de nieuwe eigenaar van Bentley Motors ( 1919) Ltd en maakte er een dochtermaatschappij van genaamd Bentley Motors ( 1931) Ltd.

In 1932 werd de Cricklewood fabriek verkocht en werd de productie opgeschort zodat men kon verhuizen naar de Rolls- Royce fabriek in Derby.

De nieuwe Bentley 3,5 Ltr (gereed in 1933) was eigenlijk een sportievere versie van de Rolls- Royce 20/25Hp, wat sommige trouwe klanten van Cricklewood Bentleys teleurstelde, maar door vele andere werd hij zeer gewaardeerd. Hij werd opgevolgd door de 4.25 Ltr en nog later de MK V
Rolls- Royce adverteerde met de 3,5 Ltr als “The Silent Sports Car”, een slogan die ze tot in de jaren '50 zouden aanhouden.
In totaal zijn er 2443 Bentley's in Derby gebouwd.

3.5 Ltr DHC Parkward 19354.25 Ltr DHC Veth 1936  1 van de 2 veth is een Nederlandse coachbuilder

Walter Owen Bentley had na de overname door Rolls- Royce een contract aangeboden gekregen.
Bentley was ontevreden over de functie die hij had binnen het bedrijf. Na het beëindigen van zijn contract eind april 1935 verliet Walter Owen Bentley het bedrijf met een gevoel van vrijheid.
Bentley ging voor Lagonda werken.

1939_Bentley_4.25_Litre_Embericos_Pourtout_Coupé_-_fvr continentalY011

Tot het moment van zijn overlijden op vrijdag 13 augustus 1971 was Bentley de beschermheer van The Bentley Drivers' Club.

 

CREWE 1940- Heden

Tot vlak na de Tweede Wereldoorlog werden er door de luxe autofabrikanten o.a Bentley en Rolls- Royce geen complete auto's gebouwd. De klant kocht een rollend chassis, dit werd dan afgeleverd bij een door de klant uitgekozen coachbuilder om hier te worden voorzien van een carrosserie. Alles volgens de wensen van de klant. Als de auto klaar was ging hij terug naar de fabriek voor een algehele eindcontrole.
Hierdoor kon het zijn dat de wachttijd meer dan een jaar bedroeg.
Er is door Rolls- Royce een SS-Jaguar Mk IV gekocht en uit elkaar gehaald om te achterhalen waardoor deze auto's goedkoper konden worden geproduceerd. Men kwam er achter dat de carrosserie uit deels geperste onderdelen was samengesteld, waardoor de concurrent goedkoper kon produceren.
Er werd een standaard all-steel body ontworpen die uit meerdere geperste onderdelen werd samengesteld, geleverd door Pressed- Steel. Hierdoor bleven de kosten lager dan dat alles met de hand moest worden vervaardigd.
Het eerste model wat gebruik maakte van een standaard 'Pressed Steel Body' was de
Bentley Mk VI, gebouwd in de nieuw opgezette fabriek in Crewe begin 1946.

1949 bentley Mk VI standard Steel SaloonBentley_MK_VI_project_4951122539

Als opvolger kwam de R-type 1952- 1955. Omdat van de Mk VI de kofferbak toch wel wat aan de kleine kant bleek, is er door I Everden en J.P. Blatchley een aanpassing aan het ontwerp gedaan, vanaf de c stijl is de kofferbak met zes inches groter geworden  waardoor er meer kofferbakruimte en een grotere opening ontstond.
Vanaf 1953 was er de optie voor een 4 traps automatische transmissie, welke later standaard werd.

Y013

Daarnaast is er een 'Continental' gebouwd. Deze exemplaren hadden dezelfde motor als de R-Type, maar een hogere compressie, gemodificeerde carburateurs, andere uitlaatspruitstukken en een
hogere eindoverbrenging. Later is de motor nog opgeboord naar 4,9 Ltr.

1954 continental R- type fastback automaat

De R-Type, en zijn opvolger de S-series delen veel techniek. De S1 heeft de naar 4,9 Ltr opgeboorde Straight six, waar later de stuurbekrachtiger bijkwam. Helaas werd dit te veel, waardoor de motor het niet meer trok. Daarom is er voor de S2 in 1959 een 6,2 Ltr V8 ontwikkeld, mede doordat de motor ook de optionele aircopomp moest gaan aandrijven. Vanaf de S1 is de automatische transmissie standaard geworden.

1960 bentley S2 standaard saloon1963-bentley-s3-salo-24

De S serie werd in oktober 1965 opgevolgd door de T serie.
De T serie is in vergelijking tot de S serie totaal vernieuwd.
Zo bestaat de auto uit een nieuwe uit staal en aluminium monocoque body met daaraan subframes die de motor en vering bevestigen.
Hoewel hij kleiner is dan zijn voorganger was er meer ruimte voor met name de passagiers op de achterbank en een grotere kofferbak.
De T serie was o.a. uitgerust met
hydraulische schijfremmen op alle wielen. Het triplicate hydraulische remsysteem, gepatenteerd door Citroën zorgde ook voor de druk voor het hoogte niveau systeem.
Verder was de stuurbekrachtiger vernieuwd evenals de automatische transmissie en konden de voorstoelen elektrisch worden versteld in acht richtingen.

Y021Y024

VICKERS 1970- 1998

Door de vele grote tegenslagen tijdens de ontwikkeling van de RB211 Turbofan vliegtuigmotor kwam Rolls-Royce (het moederbedrijf van Bentley) in zwaar weer, waardoor het in 1970 financieel aan de grond kwam te zitten.
De automotive tak werd een apart onderdeel binnen het bedrijf. Rolls- Royce Motors Limited bleef onafhankelijk tot het in augustus 1980 werd opgekocht door Vickers Plc.
In de jaren '70 en begin jaren '80 liepen de verkoopcijfers bij Bentley drastisch terug. Op het laagste punt bedroeg het niet meer dan 5% van de gecombineerde verkoop met Rolls-Royce.
Onder Vickers Plc werd door Bentley, teruggegrepen op de hoogwaardige geschiedenis van het merk in de vorm van de 1980 Mulsanne (turbo). Door de modelnaam te laten verwijzen naar succesen uit het verleden wordt dit nog eens versterkt. Zo zijn zowel de Mulsanne als de Arnage vernoemt naar de gelijknamige bochten op het circuit van Le Mans en de Brooklands draagt dezelfde naam als beroemde Britse circuit. Bentley's sportieve imago zorgde voor nieuwe interesse in het merk en de verkoopcijfers begonnen langzaam te stijgen.
In 1986 steeg de verkoopverhouding Bentley- Rolls-Royce naar 40/60  en in 1991 was dit zelfs gestegen tot een verhouding van 50/50.

Y025Y028

Y030Y042

Y032Y037
VOLKSWAGEN 1998- Heden

In oktober 1997 kondigde Vicker Plc aan dat het besloten had om Rolls- Royce Motors Ltd in de verkoop te doen.
BMW leek een geschikte koper vanwege het feit dat BMW al leverancier was van onder andere motoren en andere onderdelen voor Bentley en Rolls- Royce.
BMW was net als Vickers actief in het bouwen van vliegtuigmotoren.
BMW's laatste bod lag op £340 miljoen, maar werd overboden door Volkswagen Ag dat een bod van £430 miljoen deed.
Volkswagen kocht hiervoor de voertuig designs, model naamplaten, productie en de administratieve faciliteiten, de Spirit of Escasy en de Rolls- Royce grill vormige trademarks, maar niet de rechten om de naam Rolls- Royce te mogen gebruiken. Het bleek dat dit was ondergebracht bij Rolls- Royce Holdings Pla.
In 1998 startte BMW met het leveren van onderdelen voor de nieuwe serie Bentley en Rolls- Royce auto's, de V8 voor de Bentley Anarge en de V12 voor de Rolls-Royce Seraph.

Y044Y073
Het leveringscontract met BMW eindigde echter na 12 maanden, wat voor Volkswagen te kort was om de auto's opnieuw te ontwikkelen.
BMW betaalde Rolls- Royce Plc £40 miljoen voor de naam Rolls- Royce en het logo.
Na onderhandelingen tussen BMW en Volkswagen werd er afgesproken dat vanaf 1998 tot 2002 BMW kon doorgaan met het leveren van motoren en andere componenten en mocht Volkswagen tijdelijk de naam Rolls- Royce en het logo gebruiken.
Alle BMW motor leverancies stopten in 2003 met het einde van de productie van de Seraph.

Y071Y070

Vanaf 2003 tot heden is Volkswagen de enige producent van auto's met de merknaam “Bentley” en introduceert een geheel nieuwe auto. De Continental GT. In 2005 komt daar de Continental Flying Spur en in 2007 de GTC bij. Inmiddels Rijden van deze modellen alweer de 4e generaties rond. Vanaf 2009 tot en met 2024 bouwt Bently opnieuw een auto die luistert naar de naam Mulsanne. Ook bouwt het bedrijf voor het eerst een staats limousine voor het Britse koningshuis.

Y055Y080

Y064Y087

2002_Bentley_State_Limousine

In 2016 presenteert Bentley de Bentayga. Net als in de jaren 30 zijn de puristen niet echt enthousiast maar ondertussen is deze SUV één van de best verkopende modellen van dit moment.

Sinds 2022 maakt Bentley onderdeel uit van Volkswagen's premium tak Audi.

Y101Y081

Y093Y120

Y103Y067

Y084

 

In 2021 Komt het merk met een opvallende auto op de markt. De Bentley Blower Contiuation. Dit is een 1 op1 replica van de originele 4.5liter Blower Bentley die tot stand is gekomen door de meest originele  4.5 liter Blower uit elkaar te halen en elke onderdeel na te maken. Na de gelimiteerde oplage van deze auto bouwt het merk nog meer speciale auto's met een maximaal productie aantal. Zo verschijnen in 2022 de Bacalar, in 2024 de Batur en in 2025 de Batur Covertible.

Y130Y132

Y133Y104

 Y110Y115

Y134